Om per draad op het Internet te komen heb je - en dat geldt overal - een aantal dingen nodig:
een modem (hiermee kan je Mac contact leggen met je internetprovider)
een inlognaam
een wachtwoord

Eventueel, maar dit is ouderwets:
DNS nummers ('Domein Naam Server' - zorgt er op de achtergrond voor dat het www-adres wat je in je browser intikt daadwerkelijk bereikt wordt)
en in geval van een ouderwetse inbelverbinding - een inbelnummer / script (jouw computer "belt" immers met een andere computer).

Verder natuurlijk de programmatuur die je nodig hebt: een Browser om over het internet te kunnen surfen. Ze wordt standaard bij elke Mac geleverd en heet 'Safari', maar er is meer keuze: FireFox, Opera, Camino, Shiira, Mozilla, Netscape en uiteraard Google Chrome is er ook voor de Mac.

Het Wereld Wijde Web via ADSL of KABEL:
- via een extern modem dat met de ethernetpoort van je Mac is verbonden via een UTP ethernetkabel:
Meestal ben je meteen online. Selecteer anders Ethernet en Configureer 'Via DHCP'.



2. Met een vast IP-adres: Dit ligt iets specifieker; je hebt gegevens nodig. Bij netwerken met vaste IP adressen dien je bij Configureer 'Handmatig' te kiezen. Vervolgens dien je de gewenste IP-adressen in te vullen. Deze gegevens hoor je te krijgen van je systeembeheerder. Een IP adres bestaat uit vier cijfer-reeksen met punten ertussen, bijvoorbeeld 113.113.11.113 .



PPPoE (veel gebruikt bij Kabelinternet)
Ook komt het voor dat je gegevens moet invullen onder "PPPoE" (kabel-internet). Kies dan bij Configureer 'Maak PP0E-voorziening aan.







TIP
Wat is ADSL?
ADSL staat voor Asymmetric Digital Subscriber Line. Dit is een vaste breedband verbinding via een gewone telefoonlijn. Wat er gebeurt is dat er twee signalen over de telefoonlijn gaan lopen: die van de telefoon en die van de internetverbinding. Deze signalen worden gescheiden in de zgn. 'splitter'. Een kastje met aan de ene kant een kabel naar de (hoofd-) telefoonaansluiting in de muur en aan de andere kant twee kabels voor a. de telefoon en b. het modem.
ADSL kan zowel op een gewone telefoonlijn als op een ISDN-lijn worden aangesloten. Bepalend hiervoor is echter de afstand van de telefoonaansluiting tot de centrale. Deze mag maximaal 8 kilometer zijn, anders wordt de snelheid te laag. Ook kan de kwaliteit van de koperdraden van belang zijn.
ADSL USB modems dienen eerst te worden geïnstalleerd. Ze zijn eigenlijk niet meer dan signaal-vertalers, het echte modemwerk doet de software op de computer. Ethernet-modems zijn daarom te prefereren. Voordeel daarvan is ook dat het modem zelf contact met internet houdt en je niet telkens hoeft in te bellen. Bovendien hebben de meeste ethernetmodems een ingebouwde firewall en dat is weer extra veilig.



UIT DE OUDE DOOS: De ouderwetse analoge telefoonverbinding
Hier gaan we online via Direct Internet van KPN en een intern analoog modem. Screenshots zijn van Mac OS 10.4 'Tiger'. Deze info is eigenlijk obsolete, maar voor de volledigheid laat ik het staan.

Open 'Systeemvoorkeuren' =>'Netwerk'.
Je komt in een venster met middenboven een pulldown menuutje 'Locatie'.
Klik er op en kies 'Nieuwe locatie':



Tik nu de naam van je internetprovider in:



Achter 'Toon', bij Configuratie netwerkpoorten kies je 'Interne modem' en klik op de knop 'Configureer':



NB: externe USB modems komen hier ook te staan na installatie.

Kies het Tabblad 'TCP/IP'. Kies bij 'Configureer IPv4' 'Via PPP':



Kies Tabblad 'PPP'. Vul hier de naam van je provider in (niet verplicht).
Accountnaam = inlognaam, wachtwoord spreekt voor zich, telefoonnummer is het inbelnummer en eventueel een option (alt)ernatief hiervoor.Vink 'bewaar wachtwoord' aan (handig):



Klik nu op 'PPP-opties' en vink in de bovenste rij aan of uit wat je zelf handig lijkt. Let op: wanneer aanvinkt 'Verbind automatisch...' dan zal de Mac meteen online gaan wanneer je een browser of mailprogramma opstart!



Kies 'OK'.

NB: Indien je provider een proxy-server heeft (een beveiligings- of filter-server) kun je dat onder het Tabblad 'Proxy's' kwijt.

Tabblad 'Modem' spreekt voor zich: er moet staan 'Apple Internal 56k Modem (v. 90)'. Indien je een ander extern modem, bijvoorbeeld een ADSL -USB modem - gebruikt, moet je dat hier ook kiezen:



Vink ook "Modemstatus in menubalk" aan!

Kies 'Pas nu Toe'. Klik het venster 'Systeemvoorkeuren' dicht.


Verbinden


Klikken op het telefoonicoontje in de Menubalk en kies 'Verbind':



Als je alles goed hebt ingevuld (let op hoofd- en kleine letters bij inlognamen en wachtwoorden!) ben je nu online.


Electronische post
Apple levert als standaard email-programma 'Mail' mee. Het versturen en ontvangen van elektronische post gaat via je provider. Je hebt daar een eigen postvakje, waarin alles terecht komt wat men naar je emailadres stuurt. Dit postvakje (een aantal Mb's ruimte op hun mailserver) kun je leeghalen met je email programma, in dit geval 'Mail'. Mail wordt meegeleverd met Mac OS X.
Versturen doe je ook via je provider, maar dat gaat via een algemene postbus waar iedereen die bij die provider is aangesloten zijn mail in douwt. Net zo als in de gewone wereld dus, in geval van een postbus op het postkantoor en je je brieven altijd naar het postkantoor zelf brengt.
Het ophalen van mail is beveiligd, je hebt een inlognaam en een wachtwoord nodig, en de naam van je brievenbus.
Je eigen postvakje staat op de zgn. 'POP server'. Mail versturen doe je via de 'SMTP of POP3 server'.

In Mac OS X gaat het invullen bijna vanzelf. Zodra je Mail voor de eerste keer opstart, vraagt het je de benodigde gegevens en checkt meteen of ze juist zijn door contact te leggen met de server van de provider(s):










Mail versturen via - of overstappen naar - een andere internetprovider
Let erop dat je mail verstuurt via de brievenbus van de provider waar je op dat moment op het netwerk zit. Stap je over naar een nieuwe provider (of maak je tijdelijk gebruik van een ander netwerk) dan zul je die uitgaande postbus moeten aanpassen. Zo niet dan kun je geen mail versturen! Providers willen namelijk niet dat iedereen maar mail kan versturen via hun server (spam), alleen abonnees mogen dat.

Zodra je alles hebt ingevuld, start Mail op:



Ga naar Voorkeuren onder het Mail-menu en geef aan hoe Mail zich moet gedragen:



In alle versies van Mail vind je de invulplek van alle genoemde gegevens onder 'Mail' => 'Voorkeuren'=> 'Accounts'. Extra mail-accounts aanmaken doe je hier:



Het importeren van email bestanden uit Outlook Express. NB: in Lion kun je al je Windows-data, waaronder e-mail, zo overnemen, zie boek
Je kunt bijvoorbeeld het programma Outlook2Mac gebruiken, maar er is ook en open source (gratis) oplossing. Het heet DbxConv.
Let Op! MS Outlook werkt met andere mailbestanden dan Outlook Express (.pst versus .dbx). Deze truuk werkt dus alleen met Outlook Express. Zorg dus eerst dat je Outlook Express regelt, en importeer al je Outlook email naar Outlook Express. Dit betekent dat je het .pst bestand van Outlook moet importeren in O. Express.

Werkwijze:
1. Download DbxConv en plaats het in een nieuwe map op je de hard disk van je pc. (bijvoorbeeld C:\emails)

2. Localiseer je mailboxen uit Outlook Express. Ze hebben de .dbx extensie. Kopieer ze naar deze nieuwe map.

3. Open een DOS venster. Ga hiervoor naar 'Start' => 'Uitvoeren'. Je krijgt een venster met een lege regel. Tiep hierin " cmd ". Enter.
Er opent nu een zwart venster met witte lettertjes erin. Dit is de DOS omgeving, hier kun je Windows besturen met tekstcommando's.

4. Ga in de DOS prompt naar de map die je net hebt gemaakt: C:\emails

5. Je bent nu in de map. Tik:
DbxConv *.dbx

6. Wat er gebeurt is dat al je .dbx bestanden (je email bestanden) worden omgezet naar een ander bestandsformaat, namelijk .mbx

7. Dit .mbx bestand zul je vervolgens naar je nieuwe Mac moeten brengen. Brand een cd'tje of ga via een netwerkje. Plaats het bestand even op je Bureaublad.

8. Start nu Mail op. Ga naar Archief => Importeer Postbussen. Selecteer 'Andere'. Mail vertelt je dat er gezocht gaat worden naar Mbox bestanden.
Kies het .mbx bestand om te importeren:

Klaar!


WAARSCHUWING
Let op: in oudere versies staat Mail zo ingesteld dat je berichten niet van de mailserver worden verwijderd zodra je ze binnengehaald hebt. Om dat te veranderen ga je naar Mail => Voorkeuren => Accounts => Tabblad 'Geavanceerd'. Pas dit aan bij "Verwijder bericht van server na ophalen":



Doe je dit niet, dan kan na verloop van tijd je mailbox vollopen en kunnen mensen je niet meer mailen! Onder Tiger staat Mail zo ingesteld dat na 7 dagen je Mail van de server wordt verwijderd.
Spam / Ongewenste Mail
Een van de grote ergernissen van internetters is ongevraagde e-mail, oftewel 'Spam'
Bij de Mail Voorkeuren vind je ook de regels voor ongewenste reclame:



Binnengekomen Spam kun je als spam betitelen. Rechts-klik op het bericht en selecteer "Markeer als reclame":



Mail is zelflerend, zodra je een bericht als Spam betitelt, zal Mail de volgende keer dat een bericht van dezelfde aard binnenkomt, deze naar de map Ongewenste Reclame verplaatsen.

Regels aanmaken voor spam e.d.
Onder het kopje 'Regels' kun je zelf criteria stellen voor binnenkomende emails. Je kunt ze bijvoorbeeld automatisch in de spam-map doen belanden. Klik hiervoor op 'Voeg regel toe' om een nieuwe regel aan te maken:




Open spam niet
Open een spam bericht alleen als je zeker moet weten of het ongewenste mail is. Spammers zijn slim en linken hun mail naar een internetpagina waar een plaatje opstaat. Mail moet dan dat plaatje laden en zo kunnen ze zien dat hun mail daadwerkelijk is aangekomen en bekeken.

Mail in het Dock:



Ook hoef je niet naar Mail zelf toe om nieuwe post op te halen:



Andere e-mailprogramma's
Uiteraard ben je niet verplicht om van emailprogramma Mail gebruik te maken; er bestaan ook andere Mailprogramma's voor Mac OS X: als Entourage en Eudora en e-mail geïntegreerd in browsers en web-mail programma's als Gmail. Gmail kun je trouwens ook ophalen met Mail. Zie boek.
BACKUP-TIP - overbodig indien je Time Machine gebruikt -

Waar staan mijn e-mail bestanden?
De plek van de email-bestanden op je harde schijf: Gebruiker/Bibliotheek/Mail:



Het kan ook handig zijn om de Voorkeuren van Mail te backuppen. Deze staan in Thuismap/Bibliotheek/Preferences en heten "com.apple.mail.plist". In deze voorkeuren staan de instellingen van het programma Mail zelf genoteerd, dus je account-info, mappen in Mail etc.



BCC en CC oftewel Blinde kopie en Kopie

Het is netter om, wanneer je aan meerdere personen een mailtje stuurt, om een BCC'tje te sturen in plaats van een CC'tje. Blind Carbon Copy tegenover Carbon Copy. Zo kan niemand namelijk zien wie er nog meer dezelfde e-mail heeft ontvangen.




Problemen met Mail
Onder het menu 'Venster' => 'Verbindingsassistent' vertelt Mail je wat er allemaal goed of fout gaat.
***Let bijvoorbeeld op de postbus waarmee je verstuurt (SMTP, POP3) wanneer je van netwerk (provider) wisselt.




Safari: de standaard web-browser
Ook Safari kent vele alternatieven: Firefox en Chrome bijvoorbeeld, maar ook Opera, Mozilla, Netscape, iCab, Camino, Shiira, OmniWeb etcetera. Ahoewel Safari aan alle webstandaarden voldoet, kom je nog wel eens een website tegen die niet goed in beeld wordt gebracht. In zo'n geval is Firefox een uitstekend alternatief.

Surfen zonder sporen?
In Safari heb je onder het menu 'Safari': 'Privé Modus' staan. Als je deze optie aanvinkt, wordt er niks van je surfgedrag bewaard. Kan wel eens van pas komen....

Kleine lettertjes in Safari?
Met Command + worden ze groter (en Command - kleiner)

Scrollen in Safari
Met de Spatiebalk ga je telkens een stukje verder naar beneden.

Sneltoetsen in Safari
Met resp. Command 1, Command 2, Command 3 enzovoort ga je naar de pagina's die je in je Bladwijzerbalk hebt staan, geteld van links naar rechts.

Plaatjes downloaden
Gewoon 'sleur ende pleur': klik op het plaatje in de website en sleep 'm naast je venster op je Bureaublad of in een Findervenster. Klaar!
Je mag met de Ctrl-toets ingedrukt op het plaatje klikken voor een keuzemenu:



Andere downloadbestemming

Standaard worden alle bestanden die je met Safari downloadt op het Bureaublad geplaatst. Vind je dat niet zo handig, dan kun je dat veranderen in Voorkeuren => Algemeen. ("Locatie gedownloade bestanden:")

Filmpjes downloaden
Ga in Safari naar het menu Venster => Activiteitenoverzicht. Dubbelklik op het bestand van het filmpje (meestal het grootste) om het te downloaden.
NB: Is het een flash filmpje (bijvoorbeeld van YouTube) dan kun je het programma Evom of iSquint gebruiken om het om te zetten naar .MP4, zodat je het offline - bijvoorbeeld op je iPod - kunt bekijken. Er bestaan ook plugins voor Safari die een downloadknop op de YouTube pagina laten verschijnen.

Een complete internetpagina mailen?
Kies Command i in Safari en Mail zal opstarten met de volledige webpagina in een nieuw mailtje geplaatst.
SWITCH-TIP
Onder Windows kun je een plaatje in Explorer meteen kopiëren naar MS PowerPoint. Op de Mac kan dat ook, maar dan met "sleur ende pleur". Sleep het plaatje naar het PowerPoint venster en klaar.
Je kunt met de rechtermuisknop ook een extra menu oproepen in Safari. Control-muisklik doet hetzelfde.
BACKUP TIP - overbodig indien je Time Machine (Mac OS 10.5 en hoger) gebruikt -

Surfen met Safari - de boekenleggers

Hier vind je de map met Bookmarks e.d.:



NB: Gebruik je een andere browser, dan vind je die map ook in de Bibliotheek-map.

Chatten
Op je Mac tref je het programma iChat aan. Hiermee kun je chatten (kletsen via het internet, al tiepend op je toetsenbord) via het protocol van AIM, AOL Instant Messenger (AOL = America OnLine). Je hoeft je alleen even aan te melden (is gratis). AIM is een concurrent van MSN, het MicroSoftNetwork. Het is niet mogelijk om met iChat te communiceren met iemand die MSN gebruikt. In het geval dat je online vriendenkring allemaal MSN't, downloadt dan een MSN-client.
Een uitstekend alternatief voor chatten is bellen met Skype.

De oorsprong van het World Wide Web
Internet ziet er tegenwoordig flitsend uit, allemaal filmpjes, plaatjes en andere kleurige beweeglijkheden. Dit is echter in strijd met waar het Internet oorspronkelijk voor bedoeld was: het uitwisselen van informatie puur bestaand uit tekst en hier een daar een afbeelding. De naam van de oorspronkelijke programmeertaal zegt het al: HTML, "HyperTextMarkupLanguage".

NB: HTML werd in 1990 ontwikkeld door Tim Berners-Lee, onderzoeker aan het CERN instituut (de grote ondergrondse deeltjesversneller in Zwitserland/Frankrijk) op - notabene - een NeXt computer. NeXt was een bedrijf dat Apple oprichter Steve Jobs was gestart na zijn ontslag bij Apple midden jaren 90. Het maakte deze kubus computer met daarop het UNIX-based besturingssysteem NeXtStep. En laat NeXtstep nu de basis voor Mac OS X zijn. Want toen Jobs terugkwam bij Apple, nam Apple zijn bedrijf over en de filosofie van NeXt. http://info.cern.ch/



Hoe werkt het weergeven van een internetpagina eigenlijk?
Je browser interpreteert HTML en maakt er een totaalbeeld van op je scherm. Later zijn er ook talen als JavaScript, PHP en dergelijke bijgekomen en worden internetpagina's ook gekoppeld aan databases.
Iedere internet pagina bestaat echter nog steeds puur uit regels code (= tekst). Stukjes code verwijzen dan naar plaatjes, geluiden, filmpjes etc. En hier komen we ook bij het nadeel van die zgn. WYSIWYG programma's. Ze maken gebruik van een enorme hoeveelheid extra code die het grafische en tekstuele gebeuren op de pagina moet weergeven. Allemaal extra stuff die de surfer moet binnenhalen om de pagina te kunnen zien. Nu zal dat qua laadtijd niet zoveel meer uitmaken, maar de kans op foute weergave bestaat. Vaak houden de WYSIWYG's alleen rekening met een bepaald soort browser. Zo zal soms je pagina er in Safari prachtig uitzien, maar in Explorer nergens op lijken.
Dit laatste is voor de preciezeren onder ons erg vervelend. Er zit niks anders op dan je te verdiepen in HTML e.d. en de verschillende extra stukjes code die de verschillende browsers helpen om te doen wat je bedoelt.
Het vervelendste is echter wanneer er dusdanig beroerd geprogrammeerd wordt dat er code in de pagina staat die louter en alleen door Windows-Internet Explorer kan worden herkend. Heel aso dus. Aso, want dit alles zou niet hoeven en niet mogen. Er is namelijk een WWW-commissie (w3c.org) die een wereldstandaard heeft vastgesteld op het gebied van HTML enzo. Probleem is dat niet iedereen zich daaraan houdt.
Vloek dus niet op je Mac wanneer je niet goed een pagina kunt bekijken; Safari ondersteunt deze standaard namelijk perfect. Vloek op de makers van de site (luie programmeurs), en vooral op Microsoft, vanwege haar jarenlange weigerachtigheid zich aan internationale, open standaarden te houden.

Startpagina
Noem de beginpagina van je website altijd "index.html". Browsers zoeken hier altijd naar.

Schermresolutie
Bij het bouwen van een site is het handig rekening te houden met de grootte van het beeldscherm van je lezers. Stel jij hebt een 30" scherm met 2560x1600 pixels en alles ziet er daarop prachtig uit, zorg dan ook dat de arme zielen met 1024x768 enigszins nog wat aan je werk hebben.

FTP: File Transfer Protocol.
Dit protocol wordt door je provider gebruikt om je eigen site te uploaden. Je moet je bestanden 'uploaden' via dit protocol naar hun 'ftp server'. Hierop staan bestanden met .html of .htm, .gif. jpg. etc. Dit zijn de bestandsformaten waar het internet mee werkt. Voor het uploaden van je site zijn er diverse shareware programmaatjes ('FTP-clients') te krijgen, bijvoorbeeld Cyberduck, Fetch, Transmit... Zoek maar even op macupdate.com.
Na inloggen zie je de server in dezelfde mappenstructuur weergegeven als je op je Mac gewend bent. Bestanden uploaden: sleur ende pleur, afhalen ' sleur naar je prullenbak'. Heel makkelijk!

Je Mac als webserver
Wanneer je 24 uur per dag online kunt zijn, en een vast IP nummer hebt (identiteit op het net, bestaande uit een reeks van 4 cijfercombinaties met puntjes ertussen bijv. 123.123.23.12) kun je ook je site zelf 'hosten'. Dit betekent dat je je site op je Mac zet en dat de bezoekers 'm op je Mac kunnen bekijken. Met de ingebouwde Apache Webserver , DE (Unix) webserver op het Internet, kun je dat doen. Je merkt er weinig van, het enige is dat je je site in de map 'Webpagina's' plaatst:



In deze map staat standaard al een pagina genaamd "index-maccursus.html" (dit is de standaard-naam van de startpagina van iedere website). Het enige wat je hoeft te doen is deze te vervangen door je eigen bouwsel.***
Wel moet je een eigen domein en dergelijke aanvragen, zodat de mensen je Mac ook weten te vinden. De daadwerkelijke link naar de website op je machine is je IP nummer-slash-tilde-je gebruikersnaam-slash
dus: 123.123.12.12/~gebruiker/
moeten de mensen intikken in hun browser als je nog geen domeinnaam hebt. LET OP DE LAATSTE SLASH!
Zoveel gebruikers als je Mac telt, zoveel websites kan ze dus ook hosten.
***Let op: voordat je website zichtbaar is zul de de ingebouwde Firewall moeten aanpassen! Dit heeft met veiligheid te maken en daar gaat het volgende hoofdstuk over.***

MySql en PHP
Wil je - als gevorderde - je website uitbreiden met open source pakketten als PHP (scripttaal voor dynamische websites) en MySQL (databasesoftware) dan kan dat uiteraard. Ze zijn echter niet standaard geïnstalleerd (even downloaden dus).
Een goede oplossing is het freeware programma MAMP. MAMP staat voor Macintosh, Apache, Mysql and PHP. Het is een op zichzelf staand programma, je hoeft dus niks te installeren. Start het programma op en de server draait. Erg eenvoudig!

P2P oftewel Peer to Peer netwerken: bestanden delen over het internet.
Muziek en films downloaden waarvoor je niet hebt betaald... Het mag, want wettelijk gezien is DOWN-loaden niet verboden.
Echter, het downloaden van software waar niet voor is betaald is niet toegestaan. Verboden of niet, wat het met je Karma doet is altijd maar de vraag...

Wat is een P2P netwerk?
Simpel gezegd: Op iedere computer een programmaatje installeren dat - via het internet - in staat is contact te leggen met andere computers met eenzelfde programma aan boord. Zo ontstaat een apart netwerk binnen het internet. Deze programma's zijn altijd share- of freeware.
Wat het programma daarnaast doet is een map aanmaken waarin je bestanden zet die je met andere gebruikers van het netwerk wilt delen en/of waarnaar je bestanden downloadt. Ook heeft het programma een zoekfunctie, zodat je kunt zoeken in alle mappen van alle gebruikers van hetzelfde netwerk. Deze platformonafhankelijke netwerken hebben namen als 'Gnuttella', 'FastTrack', 'OpenFT', 'eDonkey' etc.
Wanneer 1 bestand op meerdere computers in het netwerk te vinden is, gaat het downloaden stukken sneller, omdat van iedere computer een gedeelte wordt binnengehaald. Wanneer je alleen maar bestanden downloadt en niets beschikbaar stelt voor anderen, wordt je een 'leecher' genoemd, een 'bloedzuiger'. Wanneer je deelt ben je een 'seeder', een zaaier. Je kunt begrijpen dat een grote hoeveelheid leechers een P2P netwerk erg vertraagt.

BitTorrent
Het programma/netwerk BitTorrent werkt daarom anders. Je downloadt eerst een klein bestandje, een zgn. 'torrent'. Het heeft ook .torrent als extensie achter de naam. Deze bestandjes vind je op speciale Torrent-sites. Iedereen kent inmiddels de naam PirateBay wel. Zodra je op het bestandje klikt, start het BitTorrent programma op en begint niet alleen met downloaden, maar ook met uploaden. Omdat alle gebruikers van een bestand tegelijk aan het delen plus binnenhalen zijn, blijft het netwerk goed en snel draaien. Dit is de ideale manier om grote bestanden te delen.
Heb je zelf een bestand dat je wilt delen, dan maak je eerst een .torrent aan en die upload je naar een Torrent-site, waar anderen 'm dan weer af kunnen halen om vervolgens jouw bestand te kunnen downloaden.
P2P is een prachtig systeem, echter er zijn risiko's aan verbonden. Voor ons Maccers valt het reuze mee, maar onze Windows vrienden moeten heel voorzichtig zijn met wat ze binnenhalen en hun virusscanners goed up-to-date houden want via P2P komt er van alles binnen waarvan je de kwaliteit van te voren niet kunt beoordelen. Vaak zit er zgn. 'spyware' tussen, verpakt in een onschuldig ogend bestand. Eenmaal gedownload zet deze de computer open voor cr(h)ackers die der vervolgens misbruik kunnen maken.
Ondanks dat wij lang niet zo kwetsbaar zijn, is het toch belangrijk om je altijd bewust te zijn dat je onbekende dingen downloadt van onbekenden. De naam van een bestand hoeft niets te maken te hebben met de inhoud ervan.

Er bestaan een paar Trojans voor Mac OS X, die vooral worden verspreid via illegale software.